Het universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) zorgde in 2008 voor de nodige commotie rondom de bouw van haar nieuwe datacenter. Op het gebied van zowel duurzaamheid als veiligheid werden hoge eisen gesteld. Hoewel het in eerste instantie onmogelijk leek te zijn te voldoen aan het eisenpakket, kunnen we nu spreken van een nieuwe generatie datacenters waarbij de combinatie van innovatieve oplossingen en analoge techniek de boventoon voeren.

Met de komst van onder andere het elektronisch patiëntendossier heeft de UMCG de laatste jaren te kampen gehad met een bijna exponentiële groei van data. Om de privacy en veiligheid van deze data te waarborgen, heeft het UMCG flink moeten investeren in de systemen.

Tijdens het traject heeft UMCG al snel besloten voor een TÜV-certificering te gaan. Stephan Hamm, technisch adviseur UMCG, legt uit: “De certificering is speciaal voor datacenters. Daarbij gaat het niet alleen om cyber security, maar men kijkt van bouw tot en met bedrijfsvoering over onze schouder mee om te zorgen dat hacken onmogelijk wordt. Via het protocol dat we gevolgd hebben moet het nu onmogelijk zijn om het systeem binnen te dringen.”

Een TÜV-certificering betekent, echter, niet dat een systeem per definitie waterdicht is legt Henk Winters van Deerns uit. In het UMCG project was de certificering niet  veilig genoeg om het gebouwbeheersysteem, GBS, één op één te koppelen aan het GBS van het UMCG. “Wanneer het systeem van het UMCG wordt gekraakt, zou ook direct het datacenter gekraakt zijn en platgegooid kunnen worden. Daarom is er gekozen voor een modbus die is ingesteld op read only. Dat wil zeggen dat je van afstand, vanuit het UMCG zelf, niet kunt ingrijpen, maar enkel kunt zien wat er gebeurt en voorkomt daarmee dat besmetting met externe virussen zich gaan verspreiden”. Peter de Vor stemt daar mee in. “Het is toch bijzonder dat je moet inperken met moderne technieken omwille van security”, zegt hij.

Veiligheid was echter niet de enige eis. Ook wilde UMCG een duurzaam gebouw met een laag energieverbruik. Dit mondde uiteindelijk uit tot een uniek gepatenteerd ‘Green Cooling for Data Centres’-concept, een methode van adiabatische koeling. Dat betekent dat de koeling plaats vindt op basis van directe verdamping van water. De binnenlucht blijft binnen en de buitenlucht blijft buiten. Om dit te kunnen realiseren zijn er gestandaardiseerde units gemaakt die via een kruisstroomwisselaar buitenlucht gebruiken om de lucht in het datacenter te koelen. “Alleen de energieuitwisseling vindt plaats via de platenwisselaar. Dat heeft als voordeel dat wanneer het buiten heet is, je direct over kunt stappen op adiabatische koeling”, duidt Winters aan.

Wat betreft duurzaamheid, doet UMCG het goed. De ‘power usage effectiveness’ (pue) van het datacenter staat op 1.12 op een gemiddelde berekening van 1.3 voor datacenters. Hoe lager het getal, hoe duurzamer het gebouw. Dit maakt dat het datacenter van het UMCG extra bijzonder is. “Het is een systeem om trots op te zijn”, voegt Hamm toe.

Hoewel gebouw automatisering draait om openheid via datacommunicatie en protocollen, zodat koppelen van informatie heel makkelijk is, moeten bedrijven voorzichtig zijn in het toepassen van technieken in bepaalde gebouwen.  Het datacenter van UMCG is daar een goed voorbeeld van. Zij hebben moderne technieken met analoge methoden moeten combineren om een veilig en duurzaam datacentrum  te realiseren.