De technologische veranderingen in de ouderenzorg is al jaren een belangrijk onderwerp van gesprek. Dit heeft grotendeels te maken met het feit dat automatisering van een zorggebouw in direct verband staat met de zorg voor de patiënt. Om deze reden vereist het ontwerpen van een nieuw gebouw kennis van en ervaring in de zorg. Bij de nieuwbouw van het lokale zorgcentrum Sint Jan de Deo in Millingen aan de Rijn is goed nagedacht over de functionaliteiten van het gebouw voor de patiënten en zorgverleners. Hiermee rijst meteen de vraag: in hoeverre speelt gebouwautomatisering een rol in het effectief functioneren van een zorggebouw?

Directeur vast Gasthuis Sint Jan de Deo, Hubert Kolkman, legt uit dat het centrum steeds meer een lokale en sociale functie is gaan vervullen in de omgeving. Langzaam maar zeker bleven ouderen langer thuis wonen en werd het centrum een opvang voor ouderen vanwege fysiek ongemak of een psychogeriatrische aandoening als dementie. Door de maatschappelijke druk, de vergrijzing, maar tegelijkertijd ook door de beperkte financiële middelen, hebben we het uiteindelijk beschikbare geld effectief moeten inzetten en gekozen voor nieuwbouw, die voldoende loop- en leefruimte bood aan alle patiënten.”

De volgende stap in het voortraject was het bepalen wie het beste de vereisten en toepassingen voor een (zorg) instelling kon vertalen in een nieuw gebouw.  Sint Jan de Deo schakelde bouwadviseur SDB Group in en besloot na een zorgvuldig aanbestedingstraject Leertouwer in het project te betrekken. Laurens Verwijs, senior consultant SDB Groep: “De uitdaging, zowel organisatorisch als het regelen van de financiering was de zwaardere zorg verlichten door middel van gebouwautomatisering. Met name de slimme sensoren hebben een stuk controle van het personeel over kunnen nemen. Daarbij heeft de automatisering ook gezorgd voor een grotere veiligheid, welke werd opgenomen in het ondernemingsplan”.

Hoewel automatisering voldoende last op zich kan nemen, geldt voor zowel de Sint Jan de Deo als de SDB Groep altijd de afweging van functionaliteit van de techniek voor de doelgroep. Verwijs legt uit: “De wettelijke bepaling zorgt ervoor dat voor opvang  van de zwaarste zorgcategorieën de buitendeur van een dergelijke instelling nadrukkelijk op slot moet. De Psychogeriatrische patiënten wil je zo veel mogelijk bij de techniek vandaan halen. Om dit goed te kunnen controleren en daarmee ook de vrijheid van de bewoners te waarborgen, heeft Sint Jan de Deo gekozen voor dwaaldetectie. Dit betekent dat mensen met dementie een polsbandjes dragen, waarop hun ‘leefcirkel’ is ingesteld. Wanneer de drager van zo’n bandje de deur nadert, gaat die afhankelijk van zijn of haar leefcirkel, automatisch op slot of juist open. Door hier automatisering toe te passen wordt voorkomen dat patiënten het gevoel krijgen dat hun vrije bewegingsruimte wordt beperkt.

Zodra de juiste elektrotechnische installatie en de toepassing van gebouwautomatisering is afgerond begint de laatste fase: de inleefperiode. Dit is cruciaal voor de overgang van traditioneel naar geautomatiseerde systemen. Jasper Coppes van Leertouwer: “zeker de oudere medewerkers moeten wennen aan de nieuwe technologieën.  Naast het wennen moeten ze ook kritisch kijken of alle apparatuur goed staat afgesteld in de kamers. Daarom lopen wij in die periode mee met de eerstverantwoordelijke zorgverleners.” Ook binnen de zorginstelling is er een speciale werkgroep die vanaf het begin van het proces betrokken is bij de implementatie van de techniek en, onder begeleiding van ons, goed in kaart kan brengen of bepaalde systemen goed functioneren en waar bijgestuurd kan worden. Automatische lichtsensoren zijn hier een voorbeeld van. “Vergeetachtige mensen zullen continue op zoek gaan naar de lichtknop, maar in de praktijk leer je dat dat geen goed idee was en dus moeten ingrijpen”, licht Coppes toe.

Dit project is een goed voorbeeld waarin verschillende partijen nauw moeten samenwerken om de vertaalslag tussen techniek- en zorg en omgekeerd te kunnen maken. Daarnaast spelen de behoeftes en verwachtingen van de opdracht gever een belangrijke rol. Er moet kennis gedeeld worden om tot een goed resultaat te komen. Flexibiliteit is voor zorgorganisaties ten slotte een must, gezien het zorgproces ook constant in verandering is.