Een samenwerking tussen meerdere partijen, waarbij meerdere wensen en behoeftes op elkaar afgestemd moeten worden, verloopt niet altijd zoals gepland. Dat geldt ook voor de verbouwing op het Amsterdams Science Park. De drie betrokken partijen, de Amsterdam University College, datacenter Nikhef en studentenhuisvestingcorporatie DUWO namen het besluit een gezamenlijke aanbesteding te doen in een eigen WKO-installatie.

Het kostte één jaar om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. “De koeling van het datacenter was net vervangen. Nikhef wilde dus eigenlijk liever niets veranderen. AUC had net een eigen WKO-installatie aanbesteed en Stichting DUWO was op dat moment vooral geïnteresseerd in betaalbare huisvesting”, vertelt Joep Brouwers van DOZ Energieregie, penvoerder van de drie opdrachtgevers. Niettemin bleken duurzame ambities en de mogelijkheid tot energie besparing doorslaggevende factoren te zijn, om de handen ineen te slaan.

Het project verliep dus niet geheel zonder slag of stoot. Eddy Muller, project engineer van Re3com vertelt: “De drie gebouwen beschikten elk over een centrale. Tussen die gebouwen liep een bronwaternet dat we konden gebruiken, maar de universiteit had net een eigen WKO-installatie aanbesteed en gekozen voor Johnson Controls. Op initiatief van Cogas, de uitvoerder, werd voor de andere twee gebouwen gekozen voor een Priva systeem.” Om te zorgen dat de drie centrales wel met elkaar zouden kunnen praten, werd er vervolgens in één regelkast twee regelsystemen aangebracht vergde energie en kennis. Eddy duidt aan dat het nogal bijzonder is dat een gedeelte van de regelinstallatie van en voor Cogas is en een ander deel van en voor de universiteit.

Uiteindelijk worden de drie complexen op het Amsterdams Science Park met elkaar verbonden door middel van een centraal warmte-koude opslagsysteem in de bodem waarvan het resultaat opzienbarend is: de duurzaam opgewekte energie wordt nu efficiënt gebufferd en over de gebruikers verdeeld. Zo neemt het totale energiegebruik af en kleine eenheden zijn makkelijk aan te koppelen, waardoor de installatie ook meteen toekomstbestendig is geworden.

Zowel voor dit project als in het algemeen geldt dat gebouw automatisering en WKO in het bijzonder niet per definitie is uit te drukken in geld op korte termijn. Een veelbesproken onderwerp dat ook aan de orde kwam tijdens de masterclass op 27 juni 2017, georganiseerd in samenwerking met het Gebruikersplatform Bodemenergie en VGME.

Het programma werd ingeluid met een deskundige presentatie over de techniek van de WKO-installatie door Frank Cogels van L&A Real Estate Solutions. Vervolgens lichtte Jan Mimpen van het Rijksvastgoedbedrijf toe welke stappen ondernomen moeten worden om als kantoor energieneutraal te zijn. Een vraag uit het publiek luidde of de kosten van een investering in duurzaamheid hoger liggen dan de besparing zelf. De kosten op termijn worden technisch gezien gedekt, was zijn antwoord. Het programma werd afgesloten door Paul Gerats van Sweegers en de Bruijn met een drietal rekenvoorbeelden van kantoorgebouwen die van label C in 2023 naar label A moeten gaan in 2030.

Tijdens deze Masterclass werd met name duidelijk dat de investering en in een WKO-installatie en voor energieneutrale middelen, voornamelijk betekent dat je als vastgoedeigenaar de juiste keuzes moet maken om ambities te realiseren. Goede kennisuitwisseling met de juiste partijen in de keten blijft daarin cruciaal.

Meer informatie over de Masterclass WKO-Installaties en de presentaties, vindt u hier.